Skip to content
Bel 077 - 398 28 34

Ergotherapie Magazine 3 • 2019

Wonen
Samenwerken met het mkb
Adviseren over levensloopbestendig wonen

Tekst: Milan Offergeld, Bryan Regtop, Glen Luijten,
Cathelijne Strijbosch, Jeanne Heijkers, Ramon Daniëls

Het overheidsbeleid is erop gericht dat burgers met gezondheidsproblemen zo lang mogelijk zelfstandig
in de eigen thuissituatie blijven wonen. Dit beleid sluit nauw aan bij wat burgers doorgaans zelf
ook willen.1 De komende jaren zullen veel verzorgingshuizen en beschermde woonvormen worden
gesloten.2 Volgens ouderenorganisatie ANBO kan dit beleid uitsluitend worden gerealiseerd wanneer
er voldoende woningen zijn, die in fysiek opzicht zijn of kunnen worden aangepast voor mensen met
een beperking.3 Op basis van onderzoek bij een groot aantal Nederlandse gemeenten schat de ANBO in
dat er op dit moment echter een tekort van circa 60.000 woningen is voor mensen met een functionele
(lichamelijke of geestelijke) beperking. Door de toenemende vergrijzing zal dit tekort, bij ongewijzigd
beleid, over tien jaar zijn verdrievoudigd.3 Het realiseren van voldoende levensloopbestendige
woningen (woningen die geschikt zijn of relatief eenvoudig geschikt te maken zijn voor bewoning tot
op hoge leeftijd, ook in geval van gezondheidsproblemen en beperkingen) is dan ook een gedeelde
uitdaging voor burgers, ondernemers, woningcorporaties en gemeenten.4
Veel particuliere woningbezitters denken pas over fysieke
woningaanpassingen na op het moment dat zij daadwerkelijk
met een functionele beperking van zichzelf of een familielid
geconfronteerd worden.1 Wanneer een woning op dat moment
niet of niet snel genoeg kan worden aangepast en een verhuizing
niet goed mogelijk is (bijvoorbeeld doordat de woning
niet op afzienbare termijn kan worden verkocht), leidt dit vaak
tot ongewenste situaties. Het zou dus veel beter zijn wanneer
particuliere woningbezitters hun woning preventief levensloopbestendig
maken. Particuliere woningbezitters kunnen
daartoe echter niet worden verplicht, zij zullen dus moeten
worden verleid.
In Horst aan de Maas, een gemeente waarin 80% van
de woningen in particulier bezit is en slechts een fractie
levensloopbestendig is, willen lokale mkb-ondernemingen
een integrale dienst ontwikkelen voor het levensloopbestendig
maken van particuliere woningen. Ondersteund door een
SIA-RAAK-subsidie werkt een samenwerkingsverband van
tien mkb-ondernemingen, de gemeente Horst aan de Maas
en Zuyd Hogeschool aan een integrale dienst voor advisering
over en realisatie van aanpassingen aan de woning. Daarbij
worden marketingcommunicatie-strategieën uitgewerkt om
bewustwording onder de doelgroep (huizenbezitters van
40 tot en met 70 jaar) te vergroten.

Ergotherapie in Horst aan de Maas
Cathelijne Strijbosch is ergotherapeute in Horst aan de
Maas en bewust aangeschoven bij dit RAAK-mkb-project
om de samenwerking met mkb’ers aan te gaan: “Het directe
contact met andere mkb’ers zoals een adviseur, interieurontwerper,
aannemer, elektro-installateur of architect heeft
mij in dit project veel opgeleverd. Normaal werk ik niet in
een interprofessioneel team met deze disciplines samen.
Allen hebben raakvlakken met het levensloopbestendig
wonen, maar door het project raak ik pas bekend met de
expertise van de ander en maakten zij kennis met de expertise
van de ergotherapeut.” Zo kwam Cathelijne erachter dat
Jan van Gogh als elektro-installateur veel kennis heeft op het
gebied van domotica; van Gogh heeft daar zelfs een demonstratieruimte
voor. Cathelijne bezocht deze ruimte samen met
de geriatrie-fysiotherapeut om te bekijken of er meer samen
werking mogelijk was. “Als ergotherapeut kun je mijns inziens
niet in alles expert zijn, technologische ontwikkelingen gaan
snel en andere professies blijken daar beter van op de hoogte
te zijn. Zij hebben expertise in het plaatsen van technologie
in woningen.” Kortom, samenwerking is echt een vereiste in
deze sector. Er is een groot verschil met de samenwerking
rond ziektebeelden, zoals netwerken rond dementie of oncologie.
In een team rond advisering over levensloopbestendigheid
van woningen zijn zowel de professionals als de klanten
anders. In deze samenwerking gaat het om de klant die iets
aan zijn woning wil veranderen om het comfort, zijn zelfstandigheid
of de duurzaamheid te vergroten.
“Het verschil met mijn reguliere advisering over woningaanpassingen
is dat er nu bij het merendeel van de klanten
geen aanpassingen nodig zijn, omdat er nog geen problemen
met activiteiten aan de orde zijn. De doelgroep is over het
algemeen jonger. Mijn rol is daarom ook anders. Ik denk
dat ergotherapeuten de gesprekken over vraagverheldering
zouden kunnen voeren, maar die rol wordt ook door mkb’ers
opgepakt. Ik word in het samenwerkingsverband vooral
ingeschakeld als er sprake is van chronische aandoeningen die
op termijn tot aanpassing van de fysieke omgeving kunnen
leiden. Dit zijn de vaak wat moeilijkere vraagstukken waarbij
met de klant of klanten gekeken wordt naar de prognose in
relatie tot betekenisvolle activiteiten en de vertaling ervan
naar de fysieke woonomgeving. Wat dat betreft blijft de
cliëntgerichte aanpak van de ergotherapie voorop staan:
samen met de klant tot besluiten komen uitgaande van
maatwerk. Ik merk dat ik vaak een andere invalshoek heb
als het gaat om het vooruitdenken over functionaliteiten van
ruimtes. Ergotherapeuten kunnen bij nieuwe ontwerpen al
meedenken om te voorkomen dat bepaalde keuzes later voor
problemen kunnen zorgen, bijvoorbeeld hoe een deur draait
of de plaatsing van een toilet waarbij er later ook de optie is
voor het plaatsen van beugels”.
Cathelijne is van mening dat het noodzakelijk is, om in
deze samenwerkingen goed te kunnen functioneren, om
enige bouwkundige kennis te hebben. “Als ergotherapeut ben
je wat minder gewend te werken met nieuwe ontwerpen van
architecten of interieurontwerpers. Daarnaast is het goed je
te realiseren dat er sprake is van een andere cultuur bij deze
ondernemers, er worden andere termen gebruikt en men is
vaak wat zakelijker ingesteld dan in de zorg.” Cathelijne denkt
daarbij aan gezamenlijke cursussen met ergotherapeuten en
bouwprofessionals, om interprofessioneel samenwerken en
een gezamenlijke werkwijze te ontwikkelen.
“Ik merk dat ik vaak een andere
invalshoek heb als het gaat
om het vooruitdenken over
functionaliteiten van ruimtes.”

– 46 – Ergotherapie Magazine 3 • 2019

Meerwaarde van ergotherapie
In het RAAK-mkb-project waren we nieuwsgierig naar de
meningen van andere bouwprofessionals en ergotherapeuten
over de rol van de ergotherapie in het levensloopbestendig
wonen. Indien ergotherapie een toegevoegde waarde heeft,
hoe ziet deze er dan uit en wat is er nodig om die meerwaarde
te realiseren? En, niet onbelangrijk, wie gaat die bijdrage
betalen? Een afstudeergroep van de opleiding ergotherapie
ging met deze vraag op pad en interviewde zes mensen uit
de bouw en zes ergotherapeuten. Uit de resultaten van de interviews
komt naar voren dat alle geïnterviewden van mening
zijn dat ergotherapie een toegevoegde waarde kan hebben
binnen het levensloopbestendig maken van woningen voor
de particuliere woningbezitter. De ergotherapeut kan tijdens
een gesprek het handelen, de behoeften en wensen van deze
klant inventariseren en inzichtelijk maken welke eisen de
omgeving stelt om deze ondersteunend, veilig en passend te
maken. Door vervolgens in de eerste fase van het bouwproces
aan tafel te zitten met de bouwprofessionals kan de ergotherapeut
adviezen geven ten aanzien van de bouwtekeningen
en het functionele programma van eisen. De ergotherapeut
ondersteunt de bouwprofessionals in het creëren van een
omgeving op maat. De bouwprofessionals zien de toegevoegde
waarde van ergotherapie vooral in specifieke kennis over
ziektebeelden.
Om te slagen zullen ergotherapeuten moeten samenwerken
met de gehele bouwketen, zoals een bouwkundige,
architect, aannemer of constructeur. Als de ergotherapeut
wordt ingeschakeld voor een particuliere woningbezitter, dan
loopt dit waarschijnlijk via deze bouwprofessionals. De doelgroep
is nieuw voor de ergotherapie: burgers tussen de 40 en
70 jaar, zonder specifieke aandoeningen of met een aandoening
in een beginstadium. Voor deze doelgroep zou de term
‘ergotherapie’ mogelijk te veel geassocieerd kunnen worden
met therapie, wat kan zorgen voor enige afschrikking.
De respondenten geven aan dat de inzet van de ergotherapeut
betaald moet worden door de particuliere woningbezitter.
De ergotherapeut wordt dan, na goedkeuring door
de klant, ingehuurd door de bouwprofessionals, de kosten
komen dan op de totaalofferte te staan. Indien sprake is van
klanten met chronische aandoeningen zou het een goede
zaak zijn als advisering over levensloopbestendig wonen door
een zorgverzekeraar vergoed zou worden in het kader van
preventie.

Rol pakken
Het levensloopbestendig maken van bestaande woningen
staat hoog op de lijst van veel gemeentes. De insteek is
woningbezitters te motiveren om zelf tot actie te komen in
een vroeg stadium. Ondersteuning van een integrale dienst
van diverse mkb’ers kan daarbij van belang zijn. Een ergotherapeut
kan een vaste waarde zijn in een dergelijk
interprofessioneel team, waarbij kennis over chronische
aandoeningen en gevolgen ervan op de lange termijn voor
activiteiten en de fysieke omgeving een unique selling point
kan zijn. Andere mkb’ers positioneren zich als professionals
voor ‘langer zelfstandig thuis wonen’. Techniek Nederland,
de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en
de technische detailhandel, treedt hier met reclame voor
installateurs mee naar buiten. Zij ondersteunen installateurs
ook met cursussen op het terrein van levensloopbestending
wonen. Er ligt een uitstekende kans voor ergotherapeuten de
samenwerking op lokaal en nationaal niveau aan te gaan en
samen de professionals voor ‘langer zelfstandig thuis wonen’
te worden.

Bronnen
1. Aanjaagteam Langer zelfstandig wonen (2016). Van tehuis naar thuis. Hoe is
te bevorderen dat mensen zelfstandig kunnen (blijven) wonen?
2. Duivenvoorden, A., Kooistra, H., Triest, N. van, Senior, P., Witter, Y. (2015).
Langer zelfstandig wonen – de opgave voor corporaties. Platform31, Den Haag.
3. Ipso Facto (2016). Landelijk onderzoek lokaal beleid seniorenhuisvesting.
4. Kenniscentrum Wonen-Zorg (2009). www.kenniscentrumwonenzorg.nl/
thema/levensloopgeschikt.
Er ligt een uitstekende kans voor ergotherapeuten de samenwerking
op lokaal en nationaal niveau aan te gaan en samen de
professionals voor ‘langer zelfstandig thuis wonen’ te worden.